De goede wil van vreemden

"Toon mij en het land waar je nu als vreemdeling verblijft dezelfde welwillendheid die ik je heb getoond" (1. Mozes 21,23).

Hoe moet een land omgaan met zijn vreemdelingen? En nog belangrijker, hoe moeten we ons gedragen als we een vreemdeling zijn in een ander land? Tot 1. In Mozes 21 woonde Abraham in Gerar. Het lijkt erop dat hij goed werd behandeld, ondanks het bedrog van Abraham tegen Abimelech, de koning van Gerar. Abraham had hem een ​​halve waarheid over zijn vrouw Sara verteld om zichzelf te beschermen tegen zelfdoding. Als gevolg daarvan pleegde Abimelech bijna overspel met Sara. Abimelech vergeldde echter geen kwaad met kwaad, maar gaf hem Sara, de vrouw van Abraham, terug. En Abimelech zei: 'Zie, mijn land ligt voor u uit; leef waar het goed is in jouw ogen!” 1. Op deze manier gaf hij Abraham vrije doorgang door het koninkrijk. Hij gaf hem ook duizend zilveren sikkels (vers 20,15).

Hoe reageerde Abraham? Hij bad voor de familie en het huishouden van Abimelech dat een steriliteitsvloek van hen zou worden opgeheven. Maar Abimelech was nog steeds achterdochtig. Misschien zag hij Abraham als een macht om in overweging te nemen. Daarom herinnerde Abimelech Abraham eraan hoe hij en zijn burgers hem met welwillendheid behandelden. De twee mannen sloten een verbond, ze wilden samenleven op het land zonder agressie of vijandigheid. Abraham beloofde dat hij niet langer frauduleus zou handelen. 1. Mozes 21,23 en toon waardering voor de welwillendheid.

Veel later zei Jezus in Lukas: 6,31 "En net zoals je wilt dat mensen jou aandoen, doe hetzelfde met hen!" Dit is de betekenis van wat Abimelech tegen Abraham zei. Hier is een les voor ons allemaal: of we nu inwoners of vreemden zijn, we moeten aardig en welwillend voor elkaar zijn.


Gebet

Beste vader, help ons alstublieft om vriendelijk met elkaar om te gaan door je verstand. In de naam van Jezus Amen!

door James Henderson


pdfDe goede wil van vreemden